Het was lang wachten, maar na vier dagen ploeteren nadert het einde van de week weer! En wat is nu een fijnere manier om je vrijdag te beginnen dan met het wegschuiven van je schoolboeken, een kopje thee te zetten, en klaar te gaan zitten voor wat goed leesvoer, geschreven door je lieve mede-Aliassers? Deze week heeft hoofdredacteur Maayke een poëtisch stuk voor je in petto, waarin je associaties bij tijd, ruimte en thuis in twijfel getrokken worden.

Waar dan wel heen?
Door het oude treinraam schijnt
het gouden avondlicht naar binnen
De snelheid verblindt me
De klok slaat vier keer

Voor het eerst sinds tijden ga ik naar mijn thuis maar
thuis voelt niet meer als thuis
dus dan maar naar huis
Mijn ouders zullen het verschil niet merken

Ik loop mijn kamer in maar
mijn kamer kan mijn kamer niet meer zijn
Het blijkt nu iemand anders’ kuuroord
Ze houden de woorden vurig vol
Mijn stem komt er niet bovenuit

Ik stap op mijn fiets maar
nu ik niet langer naar jou toe fietsen kan
weet ik niet zo goed waarheen wel dan
Ik dwaal rond met windkracht tien in mijn rug
de snelheid doet mijn gedachten deze keer niet wegwaaien

Je vertelde me ooit
“Ik wil dat ik tijd stil kan zetten.
Dat ik onze uren samen
voor altijd kan laten duren”

Ik keek verbaasd op
Jij voelde al als voor altijd
wat voor goeds zou een kapotte klok zijn
Ik begreep pas later waarom

Een eeuwigheid met jou
leek toen nog lang maar
dat bleek in jouw brein
gauw genoeg voorbij te zijn

Ik vond je horloge mooi toen je hem kocht maar
bij nader inzien had ik gewild dat hij
meer seconden dan slechts
zestig per minuut kon tellen

Maayke Vossen