Al het hele weekend bezig met deadlines en papers? Of ben je juist helemaal ontspannen? In ieder geval heb je bij deze ondergaande lentezon wel een beetje ontspanning verdiend, vind ik: het perfecte moment dus voor wat goed leesvoer, geschreven door je mede-Aliassers. Zet je virtuele docent op pauze, maak een kopje thee en ga er eens goed voor zitten. Deze week schrijft Henrik een eloquent opiniestuk over het woord ‘discriminatie’. Want overmatig gebruik van die term maakt óók slachtoffers, betoogt hij.

Smaadwoorden zijn louter effectief wanneer hun betekenis van toepassing is op de concrete situatie waarin ze worden geuit. Het heeft bijvoorbeeld geen enkele zin om het ostentatief mooiste meisje van de klas ‘varken’ te noemen, ‘ijdeltuit’ is veeleer gepaster. Daarbij is het evenwel dienstig dat de persoon die de rotte tomaat naar zich krijgt toegeworpen, begrijpt dat het geen liefdadig groentegeschenk is, maar daadwerkelijk een rabiate poging om hem ernstig te besmeuren. Een NSB’er die overloopt naar het Nederlandse verzet en vervolgens door zijn ex-strijdmakkers wordt uitgemaakt voor ‘collaborateur’, kan het evengoed opvatten als een teken in de goede richting: hij is juist blij dat hij de NSB heeft verraden voor een moreel betere zaak, anders zou hij daarvoor niet zijn leven in de weegschaal stellen.

Me dunkt, dat ‘discriminatie’ heden ten dage een soortgelijk geval is dat dikwijls als smaadwoord wordt gebezigd, maar waarvan de betekenis aan enige inflatie onderhevig is. Meestal wordt het gebruikt in de context van achtergestelde minderheden die op een onrechtvaardige wijze worden uitgesloten, wat absoluut uit den boze is. Hij die van ‘discriminatie’ wordt beticht, en zeker publiekelijk, moet serieus rekening houden met een sociaal-maatschappelijk brandmerk dat even zwaar weegt als een aangetekend strafblad. Maar zijn zulke aantijgingen wel trouw aan de betekenis van het woord? Wat betekent ‘discrimineren’ nu werkelijk? Het eerste wat opvalt is dat het nogal een abstract smaadwoord is. Het is van heel andere aard dan ‘varken’, ‘ijdeltuit’ of ‘verrader’, alhoewel het laatste tevens niet altijd eenvoudig is te bepalen. Hij die discrimineert is namelijk niet direct herkenbaar aan uiterlijkheden, zoals een platte neus met grote gapende gaten of een rijkelijk gepaleerd gezicht, maar enkel aan zijn gedrag. En wat doet hij dan?

De etymologie van ‘discriminatie’ is het Latijnse discriminare, wat (af)scheiden of onderscheiden betekent. De Engelsen gebruiken het nog steeds in deze betekenis, to discriminate is onderscheiden of kenmerken. Daarenboven kent discrimineren ook in onze eigen taal nog zo’n betekenis: ‘tussen twee gelijkende voorwerpen onderscheiden’ zegt de Van Dale. De subtiele nuance die later is bijgebracht is dat men een onderscheid tussen twee zaken of personen zou maken op grond van bepaalde, niet ter zake doende kenmerken. En wat zijn deze kenmerken zoal? Uiteraard die lijst met categorieën die ons de stuipen op het lijf jagen, omdat ze ons zo nauw in een vervaarlijk hokje drukken: sekse, ras, huidskleur, nationaliteit, intelligentie, enzovoorts.

Deze fijnzinnige toevoeging is een lastige lens om door te kijken, want de ogen moeten zich bijgevolg zeer inspannen om scherp te zien. Stel een bazin van een oud-Hollandsche snoepwinkel wil iemand met een Chinese nationaliteit niet aannemen, omdat hij Chinees is. Discrimineert zij dan? Of is het met oog op haar winkeltje wel een ter zake doend kenmerk? Naast een diepe hunkering naar gelijkheid, zou er geen reden zijn voor het eerste geval. Het zou kortom terecht zijn wanneer wij wat voorzichtiger omspringen met zo’n zwaar naklinkend en moeilijk smaadwoord.

Henrik Laban