Taal- en Cultuurstudies is een opleiding met veel keuzevrijheid binnen de faculteit Geesteswetenschappen. Wat Taal- en cultuurstudies onderscheidt van andere opleidingen, is dat je geen vast cursuspakket voorgeschoteld krijgt en dat je op deze manier de ruimte krijgt om jouw unieke studieplan samen te stellen. Een student Nederlands leert over letterkunde en taalkunde, maar bij TCS heb je de keuze om een van deze aspecten uit te diepen. Een student geschiedenis gaat van de Oudheid naar nu, maar een TCS student heeft de mogelijkheid om een bepaald historisch aspect te bestuderen, bijvoorbeeld de oudheid. Ook is het niet vreemd om een vakgebied te combineren met een vreemde taal. Dit betekent echter niet dat je na drie jaar een onsamenhangend vakkenpakket hebt, integendeel, je beschikt over academische vaardigheden en bent gespecialiseerd in jouw hoofdrichting. Om dit alles goed te laten verlopen heeft een TCS student verantwoordelijkheidsgevoel en een vermogen om goed te kunnen plannen, iets wat je leert zodra je met de opleiding begint.

De enorme keuzevrijheid binnen TCS is geen nieuw of vreemd concept. In Amerika gebeurt dit al jaren op universiteiten onder de noemer ‘Liberal Arts’. Het concept wordt meestal aan de hand van een piramidevorming uitgelegd. Eerstejaars beginnen onderaan in het breedste gedeelte van de piramide. Doordat zij cursussen uit verschillende vakgebieden volgen ter oriëntatie, leggen zij een brede academische basis. Naar mate hun studie vordert, spitsen studenten zich steeds meer toe op een specifieke (hoofd)richting. Zij bewegen zich dus steeds meer naar de top van de piramide. Bij het uiteindelijke afstuderen met de hoofdrichting Taal- en Communicatie ben je dus in dezelfde mate een specialist in Communicatiekunde als een student Communicatie- en informatiewetenschappen, maar met een extra brede basis, die jou in staat stelt om belangrijke kruisverbanden te kunnen leggen.